In gesprek met mijn moeder over mijn kindertijd

In een openhartig gesprek praat ik met mijn 77 jarige moeder Wil Purperhart. We hebben het over mijn kindertijd, haar moederrol en de onmacht die ze heeft ervaren. Ook blikken we terug op haar kindertijd en vertelt ze over haar boek ‘Verre van Simpel’. Terugkijkend op het gesprek ben ik heel dankbaar dat ik op deze manier met mijn moeder heb kunnen praten over best wel gevoelige onderwerpen. Ik zie het als een mooie ode aan mijn moeder en hoop hiermee anderen te hebben geïnspireerd om vanuit volwassenheid een gesprek aan te gaan met hun ouders of opvoeders over hun kindertijd. Voor mij was dit gesprek in ieder geval heel helend en kan ik vanuit mijn hart zeggen dat ik dankbaar en trots ben dat Wil Purperhart mijn moeder is. Liever het filmpje bekijken van het gesprek? Klik hier.


null


 

Organisator van de straat

Wil: “Nou zoals je nu bent, alles organiseren, met de kinderen in de straat. Dus jij regelde alles en zij deden wat jij zei. 

Helen moet lachen. “Dus dat zie je nu ik volwassen ben ook nog terug”. 

Wil: “Ja, ik heb dat nooit gehad als kind”.  

 “Mijn zusje moest dat voor mij doen”.

 “En jij was dan meer iemand die dan gewoon meeging als iemand dat bedacht had. Als jouw zus dat bedacht had dan volgde jij.”

Wil: “Ja maar ze bedacht zo vaak wat dat ze ruzie kreeg. ‘Willie, help me’…en dan moest ik ze in elkaar slaan”.

Helen lacht. “Was jij een soort bodyguard voor je zuster?”

Wil: “Ja, ja, ja. Maar zij regelde alle leuke dingen voor mij. Maar ik was beschermend. Want ze was echt, nou…nog erger dan jij”.

 “Hoe bedoel je?”

Wil: “Nou niet erger, maar nog veel meer aan het organiseren. Hetzelfde als jij. Maar zij zorgde altijd dat ze in de problemen kwam. Maar dat heb jij niet. Dat bedoel ik met erger dan jij”.

 “Maar was het dan zo vaak dat zij jou ging oproepen om haar ruzie op te lossen? “

Wil: “Ja maar als ze boos was op mij dan maakte ze al mijn mooie spullen stuk. En dat heb jij met je zusje nooit gedaan als je ruzie had”.

 “Maar had ik eigenlijk vaak ruzie met vriendjes en vriendinnetjes?”

Wil: “Nee”

 

Buitenspelen

 “Rond welke leeftijd was dat ongeveer dat ik altijd alles organiseerde?”

Wil: “Nou we kwamen hier wonen toen je ongeveer vier jaar was. Toen begon het al hier voor de deur. Op het grasveldje, hier tegenover mij. Onder de boom met een soort zelfgemaakt huisje, tentje en kleedjes, en dan spelletjes doen”.

 “Dat kan ik me inderdaad nog goed herinneren. Dan spanden we zo’n touw aan de boom. En die tentjes, die doeken, zetten we dan aan de grond vast met van die knijpers. Die knijpers die maakten we dan kapot en die drukten we dan gewoon in het gras. Maar ik kan me inderdaad ook herinneren dat ik fietstochten en speurtochten organiseerde. En dat we dan rondom de sloot of plas gingen fietsen, of een groot meer. Of slagbal of honkbal”. 

Wil: “Ja en op het grasveld daar met die bomen daar deden jullie dan met die bomen spelletjes. Was het niet ‘Tikkie, tikkie’ ofzo?”

 “Volgens mij was dat slagbal”. 

Wil: “Ja en dat waren dat de honken”.

 “Ja dat klopt ja en dan moest je zo snel mogelijk aftikken”. 

 

Lastige emoties

“Hé en had ik vroeger vaak last van emoties en zo ja welke emoties? Of bepaald gedrag wat ik had. Dat je dacht; dat is typisch Helen.”

 Wil: “Nou ik had 4 kinderen. Dat weet ik allemaal zo gauw niet meer. Je kon boos zijn ja. Maar je was daarna ook vrij snel weer lacherig.


null

Broers en zus

 “Ja mijn zus en ik schelen precies een jaar. En ja, jij hebt vier kinderen hè? Ik ben dan de 2e”.

Wil: “Jij scheelt precies 20 jaar met mij. Ik was 20 toen jij geboren werd”.

 “En hoe oud was je toen je mijn oudste broer kreeg, de eerste? “

Wil: “19”.

“En dan heb ik nog een jongste broer. En daar zit 3 jaar tussen”.

Wil: “Jullie schelen met zijn vieren in totaal vier jaar”.


 Verschil in karakter

 “Als je nou aan je vier kinderen terugdenkt hè, weet je dan een beetje wat het verschil in karakter was tussen ons vier? En met welk karakter heb je dan de meeste moeite?”

Wil: “Nou je jongste broer was een huilbaby. Als er wat was dan was hij al gauw aan het huilen. En hij zocht altijd onder mijn rokken met zo zijn vinger (buigt haar vinger). ”

 “Mensen die naar de podcast luisteren kunnen dit nu niet zien, dus kun je vertellen wat je precies aan het doen bent?”

Wil: “Ik heb dus mijn wijsvinger gebogen onder mijn neus. En dan een lapje stof van mijn rok…dan zat hij half onder mijn rok. Dan was hij tevreden. Hij was de aanhankelijkste van jullie alle vier naar mij toe”.

 “Hij zat eigenlijk gewoon zichzelf te troosten. En mijn zus had dat ook, die was dus ook huilerig. Maar in haar karakter? Hoe was zij in haar karakter? Bijvoorbeeld het verschil met mij”.

Wil: “Teruggetrokken. Hoe noem je dat? Introvert. Zij was introvert en hoe noem je dat? Jij was..”

 “Extrovert.   Dus ik was uitbundig en zij was wat meer in zichzelf gekeerd”.

Wil: “Ja”.


Pippi Langkous

 “Ik was vroeger superfan van Pippie Langkous. Nou dat weet je wel hè? Dat ik gewoon echt niet kon wachten totdat Pippie Langkous op de televisie was. En dan had je Pippie, die ook extrovert was. Dus heel uitbundig, die was nooit bang en die deed van alles. En dan had je haar vriendinnetje, Annicka, en die was wat stiller en die was wat braver en die was wat meer gericht in helpen enzo. En ik vergelijk m’n zusje altijd met Annicka en ik zie mezelf altijd als Pippie Langkous”.

Wil: “Ja dat heb je me vaak genoeg verteld maar het klopt wel.”


null

 Het liep anders…

 “En dan heb je ook nog mijn oudste broer. Wil je daar iets over vertellen?”

Wil: “Vanaf zijn geboorte is dat heel anders gelopen natuurlijk omdat ik een ongehuwde moeder was en 19 jaar toen hij geboren werd. Hij is toen in dat tehuis geweest op de Prinsengracht (dat was een ongehuwde moeders huis), tot mijn trouwen, totdat hij een jaar was tot ik trouwde. Hij in dat tehuis en ik in een pleeggezin. En toen ging ik trouwen. En wat denk je? Toen kreeg ik hem niet mee want ze moesten eerst bij mij thuiskomen om met de vinger langs de plint te gaan”.

 “Om te kijken of het wel schoon genoeg was?”

Wil: “Ja, en dat hebben ze ook inderdaad gedaan. En toen pas kreeg ik hem. Dus pas een paar maanden na mijn trouwen”. 

 “Maar mocht jij daar wel bij zijn?”

Wil: “Ik ging hem altijd bezoeken. Ik ging dus na mijn werk hem wassen, eten geven. Ik ging elke dag”. 

 “En ging pa dan ook mee?”

Wil: “Eigenlijk heeft hij weinig met jullie allemaal…ik deed alles altijd. Ik ging mee met die sportschool van die jongens. En toen gingen jullie ook nog eens een keer handballen. En toen was ik het zo zat. Toen heb ik gezegd: ‘Jullie mogen gaan maar ga maar lekker alleen’. Ik was eindelijk blij dat ik een keertje thuis kon zijn in het weekend. Maar voor de rest, met schoolavonden en dat soort dingen, dat deed ik allemaal nog. Hij werkte en dat was mijn taak. Tegenwoordig als je om je heen kijkt dan zie je vaders veel doen met hun kinderen. Maar dat was vroeger niet. In mijn tijd niet. Dus ik ben niet de enigste hoor”. “Dat was gewoon toen. Vader werkte en moeder bleef thuis om de kinderen te verzorgen. En die deed ook andere akkefietjes zoals schoolavonden en ja mee naar sport, ja”.

 “En als je nou terugkijkt naar die tijd hè, zou je het dan gewoon weer precies zo gedaan hebben of zou je iets veranderen?”

Wil: “Dat zou ik zeer zeker dan gedaan hebben.  Meer erbij betrekken, ja”.  

 

Oma en kleinkinderen

 “Hoe vind je het eigenlijk om oma te zijn van mijn kinderen?”

Wil: “Het gekke is dat ik daar het meeste contact mee heb want ik heb ze allebei vanaf de geboorte, nou een paar keer per week dat ik oppaste. Maar wat denk je? Ik was toen hartstikke jong dat ik oma werd. Ik zou er nu niet aan moeten denken. Echt niet”.

 “Maar hoe is het nu anders om oma te zijn dan moeder?”

Wil: “Dat je ze niet continue hebt. Dat is wat de meeste oma’s zeggen: ‘Ik ben blij als ze er zijn maar ik ben ook weer blij als ze weer naar huis gaan’”.  

 “En zie je ook gewoon dingen die hetzelfde zijn? Die mijn kinderen ook doen of die ik vroeger als kind ook deed?”

Wil: “Ja, Ik mocht van jou geen tik geven als ze echt vervelend waren”.  “Pas erop dat je ze geen mep verkoopt. Ik heb het ook nooit gedaan. Terwijl ik jullie wel altijd een mep gaf”. 

 “Nou ik ben heel blij dat je dat niet met mijn kinderen hebt gedaan want geloof me, als je dat had gedaan, denk ik niet dat ze graag bij je waren geweest. En nu komen ze heel graag bij je”.

Wil: “Ja, ja, ja. Terwijl ik dus naar mijn idee niet uitgesproken speciale dingen deed. Ik zat graag thuis en nu nog steeds. Ze gingen mee breien en ze gingen hun soepjes maken. Ze wouden mee de stad in. Voor hen was de stad plein 40/45. Dan gingen we daar op de markt kijken naar de winkels. Nou dan waren zij al tevreden ”.

null

 Onmacht

 “En als ik nog even terugga naar wat je net vertelde over dat je mij vroeger wel een mep gaf, dat kan ik me ook nog wel heel goed herinneren dat je dat deed, waarom deed je dat eigenlijk?”

Wil: “Onmacht, onmacht. Jullie luisterden niet. En ik kreeg het alleen maar benauwd. Ik ben ook astmapatiënt maar toen ook al eigenlijk. Maar oké, bij mijn ouders was het net zo. Maar het gekke bij mij thuis was, mijn zusje en ik sliepen samen in een tweepersoonsbed. Ik voorin en zij tegen de muur. Mijn moeder deed het nooit. Die gaf me nooit een mep. Maar die vertelde alles aan mijn vader en als mijn vader ’s avonds van zijn werk kwam lagen wij al in bed en dan kwam hij met de mattenklopper. En wie kreeg alle klappen? Ik. Want ik lag vooraan. Mijn zus, die school achter mijn rug want die lag bijna onder mij. Die kreeg bijna nooit geen meppen. Ik wel. En dan heb je het zelf meegemaakt. Dat neem je mee. Maar je vader die is vroeger ook veel gemept. Dus die deed dat ook. Maar je vader had aan de kapstok een riem hangen”.

 “Ja dat kan ik me ook nog heel goed herinneren”. 

Wil: “En jij kwam in opstand op een gegeven moment. Dat heb ik gezien. Maar ik kwam bij mijn vader ook in opstand. En hij heeft het nooit meer gedaan en jouw vader heeft het bij jou ook nooit meer gedaan”. 

 “Hoe deed ik dan? Toen ik in opstand kwam? Wat heb je dan gezien? Wat ben je nu aan het doen?”

Wil: “Je stond in een bokshouding en zei kom maar op”.

“Ja maar weet je hoe dat kwam? Ik ben in die tijd inderdaad op boksen gegaan. En dat was toen helemaal niet zo vanzelfsprekend voor meisjes. Met mijn zusje ben ik op boksen gegaan. Dus ik heb heel lang gebokst. En ik weet inderdaad zo goed dat mijn vader inderdaad…ja die was boos op mij…toen ben ik inderdaad in de bokshouding gegaan. Want ik voelde me op dat moment echt heel sterk. En ik dacht van: ‘Nou kom maar op hoor’. En mijn vader…ik weet ook nog zijn blik. Hij keek me aan en hij moest er gewoon bijna om lachen. Nou, wat ik op dat moment niet verwachtte. En toen stopte hij”.

Wil: “Ja”.

 “En toen is hij weggelopen en toen is dat eigenlijk daarna nooit meer voorgekomen. Maar ik wil nog even terug naar jou gaan. Jij ging mij meppen en jij zei dus: ‘Onmacht, onmacht’. Ik ben wel benieuwd of het je dan opgelucht heeft op dat moment om mij dan een mep te geven. Of dat die onmacht misschien wel groter werd. Wat ging er door je heen?”.

Wil: “De onmacht werd groter omdat ik dat eigenlijk niet had moeten doen. Dan voel je je schuldig”. “Maar je was wel rustig op dat moment en we gingen gewoon verder. Dat dacht ik, maar ik denk dat dat bij jou is blijven hangen natuurlijk”.

 “Ja dat blijft altijd bij je. Natuurlijk, zeker als kind, omdat je niet anders kan of niet anders gewend bent. Of je weet ook dat dat gaat gebeuren. Dat was jullie opvoeding. Nou want ik weet wel dat bij andere vriendinnen, die waren gewoon dan altijd wel verbaasd als ik die verhalen vertelde. Want bij hen gebeurde dat niet. Maarja ik weet zeker dat er bij hen dan wel weer andere dingen gebeurden die bij ons dan weer niet gebeurden. Maar ik kan me niet herinneren dan jij bijvoorbeeld dan een keer hebt gezegd van: ‘Nou sorry dat ik het heb gedaan’. Of: ‘Dat had ik niet moeten doen’. Of: ‘Ik had het anders moeten aanpakken’. Dat was volgens mij niet toen hè?”

Wil: “Nee maar dat heb ik ook nooit gedaan. Echt niet, nee. Je hebt gelijk. Maar aan de andere kant, ik ben nooit zo’n prater geweest. Dat weet je”. 

 

Verre van simpel

 “Je hebt ook een boek geschreven en het kan ook best zo zijn dat doordat je dat boek hebt geschreven, dat je het ook hebt verwerkt voor jezelf, al die dingen. Want het is ook een levensverhaal geworden hè?”

Wil: “Ja”.

 “Waar schrijf je over?”

Wil: “Vanaf mijn geboorte en je ziet ook overal foto’s bij. En weinig over toen ik klein was maar toen gingen mijn ouders in 1953 naar Australië emigreren. En dan hebben we het over de boot. En in Australië zelf. Ja, daar ga ik vriendjes krijgen. Daar ontmoet ik mijn man en kinderen. Ja op die volgorde zo’n beetje. Maar het ging ook over jullie.

 “Want het boek dat heet: ‘Verre van simpel’. Nou die titel die heb je niet voor niets aan je boek gegeven. Waarom heb jij eigenlijk die titel gegeven?”

Wil: “Omdat het leven zoals het bij mij verliep niet echt simpel was. En dat vond ik een mooie titel. Ik was 34 ongeveer, even kijken in 1980, toen de oudste schizofreen werd. En daar stond ik eigenlijk helemaal alleen voor om alles te regelen. Want hij mocht niet meer thuis blijven. Ik moest onderdak voor hem zoeken en hem ook naar al die psychiatrische inrichtingen brengen, heen en weer. Ik mocht de was niet bij mij wassen. Want hij had onderhand wel een woning maar ik moest dan naar zijn huis toe. Nee het was niet makkelijk. Niet simpel nee”.

 “Nee dat weet ik nog wel in die tijd hè. Dat weet ik nog wel van mijn oudste broer. Hij werd volgens mij schizofreen toen hij 18 was. Volgens mij merkte je al eerder dat er iets met hem was toch?”

 “En de enige die weer behulpzaam was dat was natuurlijk je zusje want jij ging gewoon lekker leuke dingen doen. Jij ging de deur uit, jij ging uit. Je zus bleef thuis en ja die bemoeide zich met hem. Die had geduld met hem. Laat ik het zo zeggen. En daar was ik heel blij mee want mijn hoofd liep ook over. Iemand die psychotisch is en in de war is, nou die heeft zijn eigen waanideeën. En je kan kletsen wat je wil maar daar kom je nooit meer tussen. En tot op heden toe eigenlijk nog”. 

“Mensen kunnen jouw boek lezen. Dat kunnen ze bestellen via de website helendoorspelen.nl.  Maar je wil er wel een kleine vergoeding voor hebben. Wil je daar iets over vertellen waarom je dat wilt?”

Wil: “Nou niet voor mij persoonlijk een vergoeding. Maar omdat hij dus alleen maar zakgeld krijgt en dan heeft hij iets extra's. Dus ik denk: nou dan gaan we via dat boek, als jullie dat bestellen, de opbrengst is dan van voor hem. Dan heeft hij het ook wat makkelijker. Want tot nu toe kan hij niet rondkomen van zijn zakgeld. Ik geef hem iedere keer als ik naar hem toe ga sowieso toch geld. Dat hij het wat makkelijker heeft”. 

 “We hebben afgesproken dat mensen die je boek willen lezen de digitale versie kunnen bestellen voor van 2,95” 

Wil: “Ja, als iedereen dat fijn vindt, prima”. 


Klik hier om het digitale versie van het boek te bestellen.


null.


Applaus voor jezelf

 “We zijn aan het eind van het gesprek gekomen. Waar geef jij jezelf een applausje voor?”

Wil: “Nou dat heb ik vaak genoeg van mensen gehoord. Ik vind mezelf minderwaardig maar iedereen is enthousiast met me. En ja, jij ook. En dat zeg ik altijd: ‘Ik word nog eens een keer beroemd met al die aandacht’. Op AT5 al een prinses van de buurt. Ja toch? Ik ben toch ook al op AT5 geweest. Nou en iedereen zegt: ‘Je hebt het keurig, netjes en heel leuk gedaan’. Want ik maak overal toch eigenlijk wel…ja ik heb hier een kamer vol met tassen met wol. Vraagt AT5: ‘Mogen we iets niet zien?’ Ik doe die deur op en zeg: ‘Haha, ja mijn verzameling wol’. Ik bedoel, het komt allemaal leuk over. En jouw filmpje, met je presentatie van je boek. Het schijnt dat ik een hele rustgevende stem heb”.

 “Hahaha, nou de luisteraar die kan dat zelf bepalen of dat zo is. En ook het filmpje zal ik gaan plaatsen op www.helendoorspelen.nl . Dus van AT5 kun je de uitzending terugkijken. Is er nog iets wat ik vergeten ben te vragen of wil je nog iets zeggen?”

Wil: “Hebben we niet genoeg gesproken dan?”

“Ja we hebben heel veel behandeld en ik vind het echt superleuk dat ik met jou dit gesprek heb gehad. En ik hoop dat jij het ook gewoon leuk vond om dit met mij te doen”.

Wil: “Oké, graag gedaan”.


Lenige Wil

Al heeft mijn moeder nog nooit aan yoga gedaan. Ze legt op haar 78 jaar nog steeds haar benen in haar nek. Dat doe ik haar met al mijn yoga-ervaring niet na :).




Klik hier om de uitzending van At5 te bekijken. Meer lezen over het verhaal van Wil Purperhart? Ga dan naar www.helendoorspelen.nl. 

arrow_drop_up arrow_drop_down